wat doen we?

context

Les Enfants de Panzi et d’Ailleurs (EPA) is een non-profitorganisatie die zich ten doel stelt kinderen te helpen die het slachtoffer zijn van trauma’s in gewapende conflicten – in het bijzonder kinderen die zijn verkracht of uit verkrachting zijn geboren. De vereniging werd opgericht in september 2015, om te beantwoorden aan een nieuwe en dringende behoefte aan psychotherapeutische zorg voor zeer jonge kinderen die het slachtoffer zijn van ernstig geweld in dorpen in Zuid-Kivu.

Op verzoek van Dr. Denis Mukwege en gezien de extreme urgentie van de situatie in de DRC is een eerste project gelanceerd in samenwerking met het Panzi-ziekenhuis, dat door Dr. Mukwege zelf is opgericht. Vervolgens is EPA begonnen met een proefproject dat ten doel heeft een methodologie te ontwerpen en in praktijk te brengen die is aangepast aan zeer jonge kindslachtoffers, alsmede beheers- en evaluatie-instrumenten. Het therapeutisch protocol loopt over een periode van drie jaar en houdt rekening met verschillende doelgroepen. De kinderen zijn tussen 0 en 12 jaar oud.

De door EPA ontwikkelde methodologie kan nu dus worden toegepast op andere gemeenschappen en plekken in de wereld waar jonge kinderen ernstige trauma’s oplopen. Via een holistische aanpak wil EPA deze kinderen helpen op te groeien binnen hun gemeenschap en vredesactoren te worden. Want de kinderen van vandaag zijn de volwassenen van morgen.

onze doelstellingen

In ons programma worden vier kernpunten benadrukt:

Er zijn twee verschillende soorten identiteiten:

    • Wettelijke identiteit → Kinderen die uit verkrachting geboren zijn, worden over het algemeen niet erkend door hun staat. Allereerst is het daarom essentieel om juridische procedures te ondernemen om het kind te erkennen en in te schrijven in het Rijksregister. Als deze stap eenmaal is gezet, “bestaat” het kind volgens de Staat, maar ook voor zijn gemeenschap en voor zijn rechten. Hij kan op school worden ingeschreven. Van daaruit kunnen we aan de slag gaan met de ontwikkeling van zijn sociale, individuele en psychologische identiteit.
    • Persoonlijke identiteit → Deze jonge kinderen geboren uit verkrachting of slachtoffers van verkrachting worden vaak gestigmatiseerd, apart gezet of zelfs uitgesloten van hun eigen familie en gemeenschap. Dientengevolge worden hun zelfrespect en hum verbondenheidsgevoel sterk aangetast. Door middel van verschillende therapeutische activiteiten werken we aan het verbeteren van het beeld dat het kind van zichzelf heeft.

Vaak heeft een getraumatiseerd kind geen verbondheidsgevoel. Dit gevoel wordt meestal verergerd door de afwijzing die deze kinderen ervaren binnen hun eigen gemeenschap en familie. Dit geldt zowel voor het verkrachte kind als voor het kind dat uit een verkrachting is geboren.

Toch is er enige nuance tussen beide. Aan de ene kant is het erg moeilijk voor een moeder om een ​​verkracht kind op te voeden dat vaak als onrein wordt gezien en dat waarschijnlijk nooit zal kunnen trouwen of kinderen krijgen. Aan de andere kant wordt het kind geboren uit verkrachting totaal niet geaccepteerd. Het word van begin af aan afgewezen vanwege druk van de gemeenschap. Het kind roept in de ogen van zijn moeder een trauma op dat zij heeft geleden en dat haar herinnert aan haar dagelijkse verwonding.

Het EPA-programma is gericht op het scheppen van banden en gehechtheid overal om hen heen.

    • Gehechtheid aan het gezin → Allereerst wat het kind dat slachtoffer is van verkrachting betreft. Het doel is om de moeder van schuldgevoelens te bevrijden, die het gevoel heeft dat ze haar kind niet heeft kunnen beschermen; ze is absoluut niet verantwoordelijk. Bovendien loopt het kind het risico nooit moeder te kunnen worden - omdat haar geslachtsdelen zijn vernietigd, wordt ze als onrein beschouwd en daarom niet geschikt om te trouwen. Het is essentieel om een ​​nieuw doel te vinden en een levensproject voor dit kind op te bouwen.Ten tweede vormen de kinderen, wanneer ze het resultaat zijn van ongewenste zwangerschappen, een echte moeilijkheid voor hun moeder en de leden van hun gezin die gedwongen worden de verantwoordelijkheid te dragen voor het opvoeden van een kind dat ze nooit hebben gewild. Het kind herinnert de moeder ook dagelijkse aan haar trauma. De eerste stap is om een band te leggen tussen de moeder en haar kind. Bovendien moet het bekend zijn dat als de moeder het kind accepteert, ze niet binnen haar eigen gemeenschap zal worden geaccepteerd. EPA werkt met gemeenschappen door middel van preventie- en bewustwordingsworkshops om deze perceptie te veranderen.
    • Gehechtheid aan de gemeenschap → We proberen lokale gemeenschappen bewust te maken om hen te steunen en taboes te doorbreken. Deze kinderen zijn slachtoffers. Ze zijn niet verantwoordelijk voor hun situatie. Het probleem negeren, hen negeren, is alle inspanningen voor vrede en wederopbouw van een post-conflictmaatschappij in gevaar brengen. Daarom organiseert EPA verschillende bewustwordingsworkshops.
    • Gehechtheid aan zichzelf→ Zodra het kind zich geaccepteerd voelt in zijn gezin en binnen zijn gemeenschap, zal hij meer externe hulpbronnen hebben, d.w.z. hij voelt dat hij op de andere kan rekenen, op zijn omgeving. Zo zal hij meer zelfvertrouwen krijgen en kan hij geleidelijk beginnen zichzelf weer op te bouwen. Daarvoor worden activiteiten georganiseerd om het gevoel van eigenwaarde en persoonlijke hulpbronnen te versterken.

Volgens de piramide van Maslow is het gevoel van veiligheid een primaire behoefte van ieder mens. Het kind kan zich alleen vrij en gezond ontwikkelen als hij zich veilig en beschermd voelt, omringd door mensen die voor hem zorgen en zijn veiligheid verzekeren. Meisjes die seksueel zijn misbruikt vertonen door hun traumatische ervaring hardnekkig achterdochtig en defensief gedrag. Ze kregen niet de bescherming die ze van de volwassene verwachtte - ook al is hij op geen enkele manier verantwoordelijk - en werden integendeel door hen misbruikt.

Voor hun toekomstige ontwikkeling is het essentieel om niet alleen te werken aan het gevoel van externe veiligheid van deze kinderen, maar ook aan hun bewustzijn van interne veiligheid. In post-conflictgebieden is de omgeving niet altijd bevorderlijk voor een gevoel van externe veiligheid, dus de veiligheidsbubbel wordt opgebouwd door middel van mentale beelden en het besef veilig te zijn met zichzelf.

De door EPA gevormde groep wil een veiligheidsbubbel voor kinderen vertegenwoordigen. We werken voornamelijk aan twee vormen van veiligheid: :

    • Fysieke veiligheid → Het is erg moeilijk voor de slachtoffers en hun families om zichzelf weer op te bouwen als er straffeloosheid is voor de dader. Als er een klacht wordt ingediend, betekent dit vaak veel moeite en gevaar voor de families; onvoldoende onderzoek, vertragingen in de processen, geen mogelijk bezwaar voor morele of financiële schade. Families accepteren vaak slechte transactievoorstellen die een einde zetten aan alle procedures of geven het helemaal op. EPA zet zich in voor alle initiatieven die gericht zijn op juridische bijstand aan slachtoffers, in het bijzonder op gebieden die expertise vereisen met betrekking tot psychologische en sociale gevolgen voor kinderen en de manier waarop hun getuigenverklaringen worden verzameld
    • Gezondheidsveiligheid → EPA wil ervoor zorgen dat elk kind in het programma toegang heeft tot basisbehoeften. Door een evenwichtige maaltijd en basisgezondheidszorg te bieden, hoeft het kind zich geen zorgen te maken en kan hij zich concentreren op het feite dat hij maar een kind is.

Zodra het kind voldoende interne en externe hulpmiddelen heeft, kan hij aan zijn trauma beginnen te werken. We bouwen aan een positief verhaal met en voor het kind. Daarom organiseert EPA therapeutische speelplaatsen waar verschillende workshops worden gegeven - tekenen, met poppen spelen, verhalen vertellen of met helden werken, spreken over de toekomst, mogelijke banen, enz.

 ➥ Hoe beoordelen we de vooruitgang van het kind? Aan het begin, in het midden en aan het einde van het programma, verzamelen we gegevens uit oefeningen en psychometrische tests met het kind en zijn moeder. Deze gegevens worden vervolgens verwerkt door de ULG, waarmee wij nauw samenwerken. Zo kunnen wij de vorderingen van de kinderen en de relevantie van onze instrumenten meten, en zo ons programma verbeteren.

onze doelstellingen

In ons programma worden vier kernpunten benadrukt:

Er zijn twee verschillende soorten identiteiten:

    • Wettelijke identiteit → Kinderen die uit verkrachting geboren zijn, worden over het algemeen niet erkend door hun staat. Allereerst is het daarom essentieel om juridische procedures te ondernemen om het kind te erkennen en in te schrijven in het Rijksregister. Als deze stap eenmaal is gezet, “bestaat” het kind volgens de Staat, maar ook voor zijn gemeenschap en voor zijn rechten. Hij kan op school worden ingeschreven. Van daaruit kunnen we aan de slag gaan met de ontwikkeling van zijn sociale, individuele en psychologische identiteit.
    • Persoonlijke identiteit → Deze jonge kinderen geboren uit verkrachting of slachtoffers van verkrachting worden vaak gestigmatiseerd, apart gezet of zelfs uitgesloten van hun eigen familie en gemeenschap. Dientengevolge worden hun zelfrespect en hum verbondenheidsgevoel sterk aangetast. Door middel van verschillende therapeutische activiteiten werken we aan het verbeteren van het beeld dat het kind van zichzelf heeft.

Vaak heeft een getraumatiseerd kind geen verbondheidsgevoel. Dit gevoel wordt meestal verergerd door de afwijzing die deze kinderen ervaren binnen hun eigen gemeenschap en familie. Dit geldt zowel voor het verkrachte kind als voor het kind dat uit een verkrachting is geboren.

Toch is er enige nuance tussen beide. Aan de ene kant is het erg moeilijk voor een moeder om een ​​verkracht kind op te voeden dat vaak als onrein wordt gezien en dat waarschijnlijk nooit zal kunnen trouwen of kinderen krijgen. Aan de andere kant wordt het kind geboren uit verkrachting totaal niet geaccepteerd. Het word van begin af aan afgewezen vanwege druk van de gemeenschap. Het kind roept in de ogen van zijn moeder een trauma op dat zij heeft geleden en dat haar herinnert aan haar dagelijkse verwonding.

Het EPA-programma is gericht op het scheppen van banden en gehechtheid overal om hen heen.

    • Gehechtheid aan het gezin → Allereerst wat het kind dat slachtoffer is van verkrachting betreft. Het doel is om de moeder van schuldgevoelens te bevrijden, die het gevoel heeft dat ze haar kind niet heeft kunnen beschermen; ze is absoluut niet verantwoordelijk. Bovendien loopt het kind het risico nooit moeder te kunnen worden - omdat haar geslachtsdelen zijn vernietigd, wordt ze als onrein beschouwd en daarom niet geschikt om te trouwen. Het is essentieel om een ​​nieuw doel te vinden en een levensproject voor dit kind op te bouwen.Ten tweede vormen de kinderen, wanneer ze het resultaat zijn van ongewenste zwangerschappen, een echte moeilijkheid voor hun moeder en de leden van hun gezin die gedwongen worden de verantwoordelijkheid te dragen voor het opvoeden van een kind dat ze nooit hebben gewild. Het kind herinnert de moeder ook dagelijkse aan haar trauma. De eerste stap is om een band te leggen tussen de moeder en haar kind. Bovendien moet het bekend zijn dat als de moeder het kind accepteert, ze niet binnen haar eigen gemeenschap zal worden geaccepteerd. EPA werkt met gemeenschappen door middel van preventie- en bewustwordingsworkshops om deze perceptie te veranderen.
    • Gehechtheid aan de gemeenschap → We proberen lokale gemeenschappen bewust te maken om hen te steunen en taboes te doorbreken. Deze kinderen zijn slachtoffers. Ze zijn niet verantwoordelijk voor hun situatie. Het probleem negeren, hen negeren, is alle inspanningen voor vrede en wederopbouw van een post-conflictmaatschappij in gevaar brengen. Daarom organiseert EPA verschillende bewustwordingsworkshops.
    • Gehechtheid aan zichzelf→ Zodra het kind zich geaccepteerd voelt in zijn gezin en binnen zijn gemeenschap, zal hij meer externe hulpbronnen hebben, d.w.z. hij voelt dat hij op de andere kan rekenen, op zijn omgeving. Zo zal hij meer zelfvertrouwen krijgen en kan hij geleidelijk beginnen zichzelf weer op te bouwen. Daarvoor worden activiteiten georganiseerd om het gevoel van eigenwaarde en persoonlijke hulpbronnen te versterken.

Volgens de piramide van Maslow is het gevoel van veiligheid een primaire behoefte van ieder mens. Het kind kan zich alleen vrij en gezond ontwikkelen als hij zich veilig en beschermd voelt, omringd door mensen die voor hem zorgen en zijn veiligheid verzekeren. Meisjes die seksueel zijn misbruikt vertonen door hun traumatische ervaring hardnekkig achterdochtig en defensief gedrag. Ze kregen niet de bescherming die ze van de volwassene verwachtte - ook al is hij op geen enkele manier verantwoordelijk - en werden integendeel door hen misbruikt.

Voor hun toekomstige ontwikkeling is het essentieel om niet alleen te werken aan het gevoel van externe veiligheid van deze kinderen, maar ook aan hun bewustzijn van interne veiligheid. In post-conflictgebieden is de omgeving niet altijd bevorderlijk voor een gevoel van externe veiligheid, dus de veiligheidsbubbel wordt opgebouwd door middel van mentale beelden en het besef veilig te zijn met zichzelf.

De door EPA gevormde groep wil een veiligheidsbubbel voor kinderen vertegenwoordigen. We werken voornamelijk aan twee vormen van veiligheid: :

    • Fysieke veiligheid → Het is erg moeilijk voor de slachtoffers en hun families om zichzelf weer op te bouwen als er straffeloosheid is voor de dader. Als er een klacht wordt ingediend, betekent dit vaak veel moeite en gevaar voor de families; onvoldoende onderzoek, vertragingen in de processen, geen mogelijk bezwaar voor morele of financiële schade. Families accepteren vaak slechte transactievoorstellen die een einde zetten aan alle procedures of geven het helemaal op. EPA zet zich in voor alle initiatieven die gericht zijn op juridische bijstand aan slachtoffers, in het bijzonder op gebieden die expertise vereisen met betrekking tot psychologische en sociale gevolgen voor kinderen en de manier waarop hun getuigenverklaringen worden verzameld
    • Gezondheidsveiligheid → EPA wil ervoor zorgen dat elk kind in het programma toegang heeft tot basisbehoeften. Door een evenwichtige maaltijd en basisgezondheidszorg te bieden, hoeft het kind zich geen zorgen te maken en kan hij zich concentreren op het feite dat hij maar een kind is.

Zodra het kind voldoende interne en externe hulpmiddelen heeft, kan hij aan zijn trauma beginnen te werken. We bouwen aan een positief verhaal met en voor het kind. Daarom organiseert EPA therapeutische speelplaatsen waar verschillende workshops worden gegeven - tekenen, met poppen spelen, verhalen vertellen of met helden werken, spreken over de toekomst, mogelijke banen, enz.

 ➥ Hoe beoordelen we de vooruitgang van het kind? Aan het begin, in het midden en aan het einde van het programma, verzamelen we gegevens uit oefeningen en psychometrische tests met het kind en zijn moeder. Deze gegevens worden vervolgens verwerkt door de ULG, waarmee wij nauw samenwerken. Zo kunnen wij de vorderingen van de kinderen en de relevantie van onze instrumenten meten, en zo ons programma verbeteren.

hoe werken we?

Opleiding van het lokale teaM

EPA traint en ondersteunt de medische en psychosociale specialisten die de slachtoffers opvangen. In Panzi doen de maatschappelijk werkers, de psychotherapeuten en de groep die de “geliefde moeders” wordt genoemd, buitengewoon werk.

Het team wordt geconfronteerd met kinderen en gezinnen in fysieke nood, maar heeft geen middelen om hen te begeleiden en te verzorgen. Wij kunnen hen een opleiding geven en met hen werken aan de diepe littekens die verkrachting achterlaat zowel in het hoofd als op het lichaam, en in het bijzonder aan de veerkracht die zij vinden in de plaatselijke cultuur.

Huisbezoeken

Huisbezoeken stellen EPA therapeuten in staat het kind in zijn of haar omgeving te ontmoeten, getuige te zijn van interacties met gezinsleden, en indien nodig psycho-educatie en individuele therapeutische interventies aan te bieden.

De eerste bezoeken bieden de gelegenheid een vertrouwensband te scheppen die van essentieel belang is voor de toekomstige zorg voor het kind. De therapeutische alliantie met de verzorgers van het kind en met het kind zelf is noodzakelijk voordat het kind volgens het EPA-protocol in zorg wordt genomen.

Therapeutische speelplaatsen

De therapeutische speelplaatsen worden georganiseerd met verschillende doelgroepen: een groep kinderen die geboren zijn uit verkrachting, een groep kinderen die slachtoffers zijn van seksueel misbruik, en dorpskinderen. Door kinderen met verschillende achtergronden te mengen, wordt de stigmatisering van degenen die seksueel misbruikt zijn, vermeden.

Bovenal is er een vertrouwensband ontstaan tussen de kinderen en de ouders ten opzichte van het EPA psychotherapeutisch team. Het team is nu goed ingeburgerd in de gemeenschap.

Verschillende activiteiten worden methodisch georganiseerd, met verschillende doelstellingen:

Naast de erkenning van het kind door de staat om een ​​wettelijke identiteit te verkrijgen, helpt EPA kinderen om hun persoonlijke identiteit te versterken. Tijdens de therapeutische speelplaatsen worden gerichte activiteiten georganiseerd die als doel hebben het zelfvertrouwen van het kind te herstellen, hem of haar te ondersteunen bij het opkomen als individu en het versterken van het zelfrespect.

Zo heeft elke deelnemer de mogelijkheid om zichzelf voor te stellen aan de groep. Ze krijgen de opdracht om een bijvoeglijk naamwoord te kiezen dat hen definieert en/of  een dier dat hen kwalificeert, vergezeld van een gebaar naar keuze. Elk kind stelt zich voor aan de anderen die deze presentatie zullen versterken door in refrein en in beweging de voornaam te herhalen, gevolgd door de gekozen bijvoeglijke naamwoorden. De deelnemer versterkt niet alleen zijn identiteit, maar hij accentueert ook de samenhang van de groep.

In eerste instantie werkt EPA aan het tot stand brengen of herstellen van de band tussen het kind en zijn referentiepersoon, meestal zijn moeder. Zo worden tijdens de therapeutische speelplaatsen verschillende activiteiten in moeder-kind-dyades georganiseerd. Dit is een kans voor de moeder om haar kind te ontdekken, zijn vaardigheden op te merken, maar ook om te beseffen dat andere moeders hetzelfde doormaken. Daarnaast helpt dit werk de moeder in haar proces van veerkracht en in de acceptatie van een kind dat tot nu toe als kind van de "vijand" werd gezien.

Ten tweede werkt EPA aan gehechtheid aan de groep en aan de gemeenschap. Elke speelplaats begint en eindigt met een ritueel lied gecomponeerd door de kinderen aan het begin van het programma. Door deel te nemen aan groepsactiviteiten weet het kind dat hij er niet alleen voor staat. Dankzij rollenspelletjes die met de gemeenschap worden georganiseerd en door de informatie die wordt gegeven, leert de gemeenschap families en kindslachtoffers te accepteren in plaats van ze af te wijzen. Al deze activiteiten versterken het gevoel van veiligheid, verbondenheid en bieden het kind een symbolisch kader en sociale steun.

Veel activiteiten rond mindfulness, visualisatie-oefeningen, verantwoordelijkhedenemoties en hun regulatie, stellen het kind in staat zijn interne hulpbronnen te versterken.

Door het delen van ervaringen, het aangaan van nieuwe vriendschappen, medeplichtigheid, versterkt het kind zijn externe hulpbronnen.

Het versterken van interne en externe bronnen is essentieel voor het kind om hun verhaal te integreren, er een zin te geven en hun trauma aan te pakken.

De actie van EPA maakt deel uit van een globale aanpak waarin onderwijs een zeer belangrijke rol speelt. Het academische succes van de kinderen in het programma is essentieel. Daarom werkt EPA samen met gezinnen om hen aan te moedigen hun kinderen naar school te sturen, verdeelt schoolmateriaal en betrekt de ouders en leerkrachten bij het helpen van het kind.

In dit globale proces houdt EPA ook rekening met opvoeding in levenshygiëne en ecologie met bewustwordingsworkshops.

EPA biedt voortgezette opleiding aan de lokale medewerkers, bestaande uit psychologen, psychosociale medewerkers en een pedagoog.

Bovendien wordt de globale aanpak van EPA aangevuld met preventie- en bewustmakingscampagnes binnen de gemeenschappen over verschillende actuele thema's met betrekking tot gendergelijkheid en conflictpreventie.